Zeetrek & getijden
Inleiding
In het voorjaar trekken vogels van het overwinteringsgebied naar hun broedgebied
en in het najaar vliegen ze weer terug. In het voor- en najaar kan je deze vogeltrek
bestuderen. Het tellen en bekijken van trekvogels langs de kustlijn heet zeetrektellen
(zeerukken). Tijdens dit onderzoek gaan we kijken of zeetrek afhangt van de getijden
eb en vloed.
Benodigdheden
- Telescoop/verrekijker
- Vogelgids
- Tijdentabel van hoog- en laagwater
- Pen/ potlood
- Papier
- Grafiekpapier
- Excursie met minstens 6 personen
Werkwijze
Verdeel de excursie in drie groepjes en verdeel de groepjes langs de kustlijn,
zodat de vogels die het ene groepje bekijkt niet meer door het andere groepje
herkend worden. Tel met je groepje de vogels die langs vliegen gedurende een langere
periode waarin het zowel hoogwater als laagwater is. Hierbij noteer je de verschillende
soorten en naar welke richting de vogels vliegen. Per kwartier maak je een nieuwe
telling. Zorg ervoor dat je evenveel tellingen doet tijdens eb en vloed. Noteer
per telling hoeveel vogels je van elke soort hebt gezien en in welke richting
de vogels vliegen en tijdens welk getijde het was.
Resultaten
Van elk
kwartier maak je een staafdiagram. In het staafdiagram komen 4 balken en elke
balk geeft het aantal soorten vogels weer die in een bepaalde richting (N, O,
Z, W) vliegen. Op de verticale as staan dan het aantal soorten. Zo kun je per
kwartier zien hoeveel soorten er in een bepaalde richting vliegen. Als dit gedaan
is, worden de getijdenkaart en de resultaten naast elkaar gelegd. Zo kan je
beter kan zien of er overeenkomsten of verschillen te zien zijn per getijde.
Conclusie
Vergelijk
de verschillende grafieken. In welke richting vliegen de meeste soorten, verandert
dit met de tijd en getijde? Is er verschil per soort in richting of aantal per
getijde? Is er verschil in trektelpunt?