Libellen & biotopen

Inleiding

Elk dier heeft zijn eigen niche (functie) in een ecosysteem. De omgeving waarin hij het beste functioneert, noemen we de biotoop van een dier. Hierin zal genoeg voedsel zijn en plaats om zich te verbergen en voor libellen bijvoorbeeld een plaats om op te warmen. Tijdens dit onderzoek houden we ons bezig met het vinden van biotopen waar libellen het meest voorkomen. Per libel kan dit heel erg variëren en je zal ook zien dat sommige libellen in meerdere biotopen voorkomen en dat anderen afhankelijker zijn van een bepaald biotoop. Tijdens dit onderzoek zullen er verschillende tellingen verricht worden.

Benodigdheden

Werkwijze

Voor dit onderzoek heb je ongeveer een hele dag nodig, afhankelijk van het gebied. De beste tijd om libellen te vangen ligt tussen 11:00 uur en 17:00 uur. Ten eerste zoek je een gebied waar verschillende biotopen voorkomen. Bijvoorbeeld de Drentse Aa, hier is een beekdal gevormd, maar hier ligt ook veel heide. Je loopt hier eerst globaal door het excursiegebied en kijkt welke soorten libellen er in het gebied zitten. Daarna ga je terug en zet je in elk biotooptype een proefvak uit. Dit is een vak van 5 m bij 50 m. Hierin tel je per soort het aantal individuen. Dit doe je bij alle biotooptypen.

Resultaten

De aantallen zet je keurig in een tabel. Per biotooptype geef je aan hoeveel en welke soorten libellen er voorkomen. Op basis van deze tabellen kan je ook grafieken maken. Maak een staafdiagraam waarbij je ok de x-as het biotoop zet en op de Y-as het aantal soorten. Zo kan je overzichtelijk zien hoeveel soorten in elk biotoop voorkomen. Je kan ook per biotoop staafdiagrammen maken van het aantal soorten. Zet dan op de X-as de soort en maak per soort een staaf met het aantal individuen (op de Y-as). Als dit gedaan is, kunnen de conclusies getrokken worden.

Conclusies

Door de grafieken te bekijken, kunnen er verschillende conclusies getrokken worden. Bijv. de Venwitsnuitlibel heeft als biotoop heide. Om dit te onderbouwen kijk je naar de resultaten en zie je bijvoorbeeld dat er veel meer individuen op de heide zijn gevangen dan ergens anders. Zo kan je de voorkeur van de verschillende soorten bepalen.

Suggesties

Ditzelfde onderzoek kan je bij muizen doen, alleen zal dit iets langer duren (2 dagen). Hier moet met vallen gewerkt worden en het merken door een klein stukje vacht af te knippen.