Rioolbuizen & de variatie aan waterbeestjes

Inleiding

Stedelijke en industriële riolen bevatten veel afvalstoffen. Sinds de laatste jaren moet dit water eerst gezuiverd worden voordat het geloosd mag worden op het oppervlaktewater. Indien dit niet gebeurt, of in mindere mate komen de afvalstoffen in de rivieren terecht. Om te kijken of het lozen van rioolwater effect heeft op de waterkwaliteit is het volgende onderzoek opgezet.

Benodigdheden

Werkwijze

Ga op zoek naar een rivier waarin buizen van fabrieken of riolen uitmonden. Kijk of er vlak bij de afvoerbuis waterbeestjes in het water zitten en probeer ze te determineren middels de tabel. Schijf het aantal waterbeestjes op dat je gevangen hebt en het aantal soorten. Tien meter verder van de buis herhaal je dit onderzoek. Hetzelfde doe je voor nog eens twee keer 10 m. Als je niet genoeg waarnemingen hebt kan je dezelfde metingen aan de andere kant van de buis doen. Bij een sterke stroming van de rivier kan je ook de verschillen onderzoeken stroomopwaarts en stroomafwaarts van de afvoerbuis.

Resultaten

De vergaarde resultaten deel je op in de hoeveelheid soorten, de hoeveelheid individuen per soort en in totaal. Hiervan maak je drie grafieken. Op de horizontale X-as schrijf je de afstand vanaf de rioolbuis. Op de y-as zet je in grafiek 1 de hoeveelheid soorten, in grafiek 2 (per soort) de hoeveelheid individuen per soort en in grafiek 3 het totaal aantal individuen. Als deze 3 grafieken gemaakt zijn, kan je conclusies trekken.

Conclusie

Probeer uit de grafieken een aantal vragen te beantwoorden. Bij welke plekken komen de meeste soorten voor? Wat zeggen bepaalde soorten over de kwaliteit van het water. Heeft het aantal soorten dat voorkomt te maken met de kwaliteit van het water? Denk je dat het water gezuiverd wordt voordat het geloosd wordt?